GATIS MELDERIS: Ode aan een blinde

Medio juni 2004 werd hij aangetrokken. Gatis Melderis. Uit Letland. In een summier berichtje zijn geloofsbrieven. Wat moesten we ervan denken? Mooie brieven, hoor. Beste nieuwkomer, beste verdediger, Most Improved Player. Maar hoe sterk was die Letse League eigenlijk (nog)? We hadden inmiddels wel enige ervaring met geloofsbrieven. Geschreven met gouden kroontjespennen. Op zwaar velijnpapier. Maar tijdens de verzending verworden tot gekrabbel. Op dunnig vaal papier. Eerst maar eens zien.

De trainingswatchers van het eerste uur wisten weinig te vertellen. Stevig en onopvallend. Dat was het wel zo' n beetje. De eerste keer dat hij zijn neus tegen het venster drukte was in Cuxhaven. 15 rebounds meldden de stats. 15 rebounds? Voor een guard? Verbaasd keken we op. Maar ja, tegen zo' n tweederangs Duits ploegje. Eerst maar eens zien.

Kip zonder kop

In Den Helder bijvoorbeeld. Oefenpotje tegen Pepinster. We zagen stofwolken. Iemand heel hard rennen. Een beetje kip zonder kop. Losse voetzoeker. Klimmend in zijn tegenstanders. En p' s verzamelend als Young met punten deed. Veel en snel. We vroegen ons af volgens welke spelregels er in Letland werd gefloten.

De competitie begon. Een harde werker. Dat zagen we wel. Maar waar waren de moves? Beetje wennen. Dat was het voor menigeen. Natuurlijk keek een ieder naar Boot. Maar die was opvallend rustig. Het gebruikelijke proces van afbreken en opbouwen? Het leek aan Melderis voorbij te gaan. Boot prees zijn inzet. De rest kwam wel. Geduld. Dat moesten we hebben. Hij had het ook. Dus hadden we geduld. En het was waar, hij werkte voor twee.

kip met kop

Toen werd het 20 november 2004. Plaats van handeling Den Helder. Weer Den Helder. Opnieuw stofwolken. Maar nu geen losse voetzoeker. Nu een kip mèt kop. Deed wat hij moest doen. Zo snel mogelijk de bal bij zijn collega' s inleveren. En zijn lijnen lopen. Maar het ventje pakte toch een aantal malen op knappe wijze de offensieve rebound. Goh, wat kleunde hij erin. Klom niet meer in zijn tegenstanders. Kleefde er nu aan. We kregen er plezier in. Dan maar geen moves, maar zie hem eens! Hij stoof, jakkerde, griste en graaide. Waar hij kon.

Plots was daar de geboorte. Na een draagtijd van drie maanden. ' En wij noemen hem Rambo' . Van enthousiaste supporters na de game. Het Dagblad had het over ‘voegmiddel’ en ‘stopverf.’ En over Rambo. Zo ook de MPC Site. Een koosnaam als bevestiging van zijn acceptatie. Gewoon zoals hij was. Okay, dan maar geen moves. Maar wel tomeloze inzet. Ook een kwaliteit!

De nuttigheid zelve

Toen ging het hard. Gatis werd de man van Alles een Handvol. Punten, verdedigende rebounds, vooral aanvallende rebounds, assists en steals. En kleven. En veel stofwolken! Het ventje van 20 tekende als eerste een nieuw contract. ‘Gatis is een hele nuttige teamspeler voor ons. Hij is een top-verdediger en een buitengewoon goede rebounder.'  Van der Ark in het Dagblad. Het was januari 2005.

Zo buffelde Melderis zich door het seizoen. In de games. En op de training. Zette vooral daar de toon. Talk, talk, talk!!! En Gatis talkte. Lastig als je dat niet gewend bent. Als jongste van het stel. Maar hij deed het. Overwon zichzelf.

Af en toe schoot Melderis uit. Met stats. Had hij er opeens meer dan een handvol. 20 punten tegen Aris. Man of The Match. Werd het meerdere malen. Had in die verschrikkelijke laatste game in Bergen op Zoom toch nog bijna een double-double. Hij wel! Maar wat deed het ertoe. In 2 x 40 minuten weggeserveerd.

werken voor drie

Na de vakantie kwam hij terug. Een nieuw begin. Maar oei, wat was het zwaar. Zag gipsen benen. Kapotte ruggen. Geknakte polsen. En Melderis? Buffelde er nog een schepje boven op. Werkte hij voor twee? Dan nu voor drie. Had in de Fibacup een prachtige double-double tegen Hapoel. 14 punten en 10 rebounds. Man of the Match. Speelde in Zwolle voor de winst. Samen met Boot. Waar anderen thuis hadden kunnen blijven. Zei Boot. En lijkt met de week belangrijker te worden. Moet ik op point, dan ga ik op point. U vraagt, ik draai.

Vorm? Op hem lijkt het geen vat te hebben. Staat er altijd. Het lijkt zo gemakkelijk. Te zeggen, ach, werken kan altijd. Zo gezegd een dooddoener. Maar zijn buffelen is een kwaliteit. Zoals driepunters dat zijn bij Young. Het is zijn ‘move' . Maar een move, niet onderhevig aan het duiveltje dat vormcrisis heet. En dat is heel bijzonder!

Hij buffelt de laatste weken als nooit tevoren. Publiek opgetogen. Boot tevreden. En hoe! Vindt zijn werklust een genot om te zien. Heeft het over een vuilmachinine, die alles doet. Heeft het over het grote hart van Gatis. Dat hij zo multi functioneel is. Dat hij zo vecht voor het team. Dat hij daar zo tevreden over is.

Gatis een type Spinks

Toen kwam het. Je moest het driemaal lezen voordat je het eenmaal geloofde. Maar het stond er echt. Hij vergeleek hem met de speler die voor hem de maat der dingen is geworden Een maat waaraan niemand ook maar bij benadering scheen te kunnen tippen. Out of the blue klonk het: ‘Gatis is een type als Joe Spinks' . Dat uit de mond van Boot! De ultieme bevestiging.

En natuurlijk. Je kunt er anders overdenken. Als Zwolle zaterdag tegen Donar speelt, treffen ze ‘een blinde' . Iemand die ‘helemaal niet basketballen kan' . Vinden ze in Zwolle. Lucky for them. Scheelt er weer eentje. Maar er is niemand zo blind als hij die niet wil zien. En je bent geneigd te verzuchten: was ik maar zo blind als Gatis.

En Boot? Je moet er toch bewondering voor hebben. Kon die Spinks niet krijgen. Maakt die er gewoon eentje. Nou ja, een type ervan dan. Gatis vaart er wel bij. Weet dat hij zo goed rendeert omdat zijn coach hem zo hoog heeft zitten.

Gisteren het bericht van zijn contractsverlenging. Het was een mooie dag. De buffel buffelt voort!

Sheba